1997 terschelling

Alta dag 1997 Terschelling 

Vanaf 14.00 druppelden de Alta’s binnen in het terminalgebouw van de boot in Harlingen. Oude bekenden, maar ook nieuwelingen in ons gezelschap, die zich overigens niet lang als nieuwelingen hebben gevoeld, want zij werden snel opgenomen in de familiekring. Enige spannende momenten brachten de bestuursleden door tengevolge van het ietwat aan de late kant arriveren van de penningmeester met de centen voor de overtocht. De overtocht verliep rustig, hoewel de boot in de smalle vaargeul wel enige malen op de bodem leek te stoten. Ongeschonden kwamen wij aan op Terschelling, waar wij ons met onze bagage in de bus wurmden. Gelukkig ging een groot aantal jeugherberg-gangers, gewapend met slaapzakken in vuilniszakken, er bij de eerste halte weer uit, zodat wij nu wat ruimer doorreden naar Paal Acht. Daar aangekomen, zochten wij onze kamers op en na een korte opfrissing trof het gezelschap zich in de bar voor het welkomsdrankje, aangeboden door de organisatie. Hier werd de trend van gezelligheid ingezet, kenmerkend voor het verdere verloop van deze dagen in de familiekring. Keuvelend en schertsend, anecdotes vertellend en herinneringen ophalend, schuivelden wij diner-waarts, waar na afloop van soep, vis en toetje, de zeer korte ‘Algemene Ledenvergadering’ plaatsvond. Het verslag van deze vergadering vindt men elders in deze ‘extra Editie’. Vermoeid door de zeelucht en de overmaat aan zuurstof in deze contreien en het vooruitzicht van een druk programma voor de volgende dag, werd al bijtijds door velen “de kop op de voorpoten” gelegd. Met het lopende ontbijt werd de volgende dag de basis gelegd voor een dag vol energie. De harde, koude noordenwind en het zandstralen op het strand, weerhield velen van deelname aan de wandeling met de boswachter ‘Zorgdrager’. Toch hadden nog zeker een twintigtal Alta’s de stoute wandelschoenen aangetrokken. Zorgdrager met een ‘Z’, zoals hij trots vermeldde, want de verarmde tak schrijft de naam met een ‘S’. Voor ons wel geruststellend, want met alle Alta’s en de ene Zorgdrager omspande het gezelschap het gehele alphabet, t.w. van ‘A’ tot ‘Z’. Wij werden deelgenoot aan de fraaie natuur, die het duingebied te bieden heeft en ik zag voor het eerst in mijn leven de grauwe Kiekendief. Of was het de blauwe? Toch maar eens navragen bij mijn natuurvorsende neef Harmen! Voldaan kwamen wij terug in het hotel, waar de achterblijvers de conversatie gaande hadden gehouden. Zij hadden zich nog niet naar West kunnen begeven, omdat de ons uitgereikte dienstregeling van de bussen, die een voortreffelijke verbinding tussen Paal Acht en West aankondigde, eerst de volgende week zou ingaan. Goede raad was duur. Sommigen huurden fietsen, anderen bestelden een busje, dat ons rammelend over de hobbelige weg voor f. 3,- naar West bracht. Tenminste als je een ploegje van negen man bij elkaar kon krijgen. In West kon gewinkeld worden en overal kwam je Alta’s tegen. Bij het museum ‘Het Behouden Huis’ bedongen wij een groepstarief voor de familieleden, omdat de werking van een museum-jaarkaart nog niet tot deze uithoek van ons Koninkrijk was doorgedrongen. Een interessant museum, waar de nadruk nogal ligt op Willem Barentsz en diens onfortuinlijke reis naar Nova Zembla. Een dia-show gaf een levendige indruk van het wedervaren van Willem en zijn mannen. De reis begon al met een vertraging, omdat in de Vliestroom een gunstige wind moest worden afgewacht. De doorstaande noordenwind maakte het vertrek door het zeegat tussen Vlieland en Terschelling onmogelijk. Op zulke momenten vraag je je af, hoe vaak onze voorouders met deze tegenslag geconfronteerd zijn geweest. Het blijft toch een handicap, eerst die hindernissen van de vaargeulen van de Waddenzee en daarna de gevaarlijke zeegaten tussen de eilanden te moeten overwinnen, komende en gaande van en naar Harlingen. Tegen borreltijd stroomde de bar van het hotel weer vol Alta’s en de gezelligheid nam wederom bezit van het gezelschap. Het leuke van dit langere samenzijn, dat wij niet kenden op de Alta-dagen, die zich altijd beperkten tot enige uren, maakte ook dat de vertrouwdheid het ging winnen en de gesprekken over familie-anecdotes en andere, ongetwijfeld belangrijke zaken wat dieper konden gaan. Op deze dag stond er kip op het menu en terwijl wij hiervan nog zaten te smikkelen, kwamen plotseling de Terschellinger Alta’s binnen. Onder leiding van Hendrik (9 2 0090) (roepnaam Hein) kwamen zij, drie generaties sterk, opzetten. Vooral de jongste krullenbol, Ivar Martijn (waarvan het stamnummer nog moet worden uitgerekend), kon zich verheugen in de algemene belangstelling. Samen met zijn neefje Floris zag hij kans om in korte tijd, de speeltafel in het kinderhoekje van het hotel, te veranderen in een chaos van blokjes en speeltjes. Deze vermoeiende bezigheid had tot gevolg, dat deze jongste twijg aan de Alta-stam, de rest van de avond in een vredige slaap in zijn wagentje doorbracht. Ik geloof te kunnen stellen, dat de kennismaking met de Terschellinger tak voorspoedig verliep. Binnen de kortste keren waren zij volledig opgenomen in de familiekring. Dit gaf mij de kans om nog enige opmerkingen t.a.v. het familie (stamboom) onderzoek te maken (waarover in een apart artikel meer).
De avond werd besloten aan de onvermijdelijke bar. Rozig van een dag in de winderige buitenlucht, met toch nog wat zon zo nu en dan, legden de Alta’s zich weer ter ruste. De volgende morgen, weer het opgewekte weerzien bij het ontbijt, maar nu met het vooruitzicht van het a.s. vertrek. Gelukkig hadden we een bus kunnen organiseren, die ons naar de boot zou brengen. En daar verschenen onze Terschellinger verwanten om ons uitgeleide te doen. Juist hadden wij het plan opgevat om onze oudste voorzaat op Terschelling een kaartje te sturen, toen in een rolstoel Tryntje Alta-Pals verscheen, om op de valreep nog kennis met de familie te maken. Wij hadden al eerder correspondentie met haar gevoerd en stukjes van haar zijn ook in eerdere Alta Bulletins verschenen. Het zou jammer geweest zijn, als wij haar niet hadden ontmoet op deze reis. Gelukkig keerde alles ten goede en konden wij de oude kwieke dame met een grote interesse voor ons voorgeslacht, persoonlijk de hand schudden. Met haar 87 jaren, een voorbeeld voor ons allen. Wellicht slecht ter been, maar de conversatie gaat haar nog altijd goed af. Gezeten in haar rolstoel, als een vorstin, zwaaide zij, samen met de overige Terschellingers ons uit.
Wij zijn er van overtuigd, dat bij de volgende Alta-Dag, die waarschijnlijk zal plaatsvinden in het scheepvaartmuseum te Amsterdam, waar zich scheepsmodellen bevinden, vervaardigd door ene Coenraad Alta (wij zoeken dit nog op), ook de Terschellinger tak vertegenwoordigd zal zijn. De overtocht naar Harlingen was zonovergoten en dankzij het feit, dat wij de wind doodstoomden, was het aangenaam om aan dek te verblijven. De alom, rondom ons, varende bruine vloot, inspireerde ons als bestuur, om toch eens te proberen de jongere generatie Alta te interesseren voor onze vereniging. Zouden wij niet eens zo’n schip kunnen huren om met de jongeren een actieve oversteek vanuit Harlingen te wagen? Het is maar een vraag, maar wie weet kunnen wij zoiets eens werkelijkheid laten worden.
Met bruinverbrande en enigszins verweerde koppen, stapten de Alta’s weer op de vertrouwde vaste wal. Na veel hartelijke bedankjes, die steeds moesten worden geretourneerd – want immers, iedereen, stuk voor stuk, had bijgedragen tot het welslagen van dit uiterst geslaagde weekend ging ieder zijns weegs.
Wel ontmoetten wij nog een Dirk van de Harlinger tak, die niet aan de reis had deelgenomen. We konden hem vertellen, dat hij veel had gemist en dat hij, bij een volgende gelegenheid, zeker geen excuus meer had om niet van de partij te zijn. Aan alle opgewekte gezichten, was duidelijk te zien, dat de deelnemers aan dit gezellige uitje, uiterst tevreden waren. Resumerend kan zonder de geringste twijfel gezegd worden: Het Alta-Weekend op Terschelling was een DAVEREND SUCCES en zeker voor herhaling vatbaar, maar dan pas later, want er moet eerst weer een Alta-Dag komen, om iedereen in de gelegenheid et stellen de familiebanden strakker aan te halen. Uw redelijk uitgeputte en lam-geprate, maar uiterst voldane secretaris Co.