2001 workum

Fris en welgemoed verschenen de Alta’s, die voor de Alta-Dag hadden ingeschreven. Zo ook de uitgeslapen lieden uit de Gulden Leeuw. Wij uitgeput door ons bedstee-avontuur moeten een droeve aanblik zijn geweest voor deze opgewekte Alta schare. Maar er trok een schaduw over deze zonnige dag toen we van de broers Guus en Wim vernamen, dat het ons vertrouwde viertal broeders niet compleet was. Het gemis van broer Coen is te wijten aan zijn gezondheid, want hij is te slecht ter been om deze Alta dagen nog te kunnen bijwonen. Onze spijt hierover, heeft het bestuur aan Coen en Nel per brief laten weten. Maar ook Rien en Annie konden niet van de partij zijn omdat hun dochter Gonda op 39 jarige leeftijd was overleden. Inmiddels hebben wij ook hen onze deelneming betuigd.
Ook ons erelid en oud-voorzitter Pier-Dirk, kon door ziekte op deze dag niet aanwezig zijn. Als groet en met de beste wensen voor een spoedig herstel zonden we hem een kaart ‘Groeten uit Workum’ met de handtekeningen van alle aanwezigen. We moesten natuurlijk ook weer aan onze Verenigings ver-plichtingen voldoen.
Volgens het rooster van aftreden waren Ineke en Rita aan de beurt om af te treden, maar omdat zij zich herkiesbaar stelden was deze bestuursverkiezing snel beklonken. Onze penning-meester Pier-Dirk gaf opening van onze financiële positie en werd daarbij ondersteund door een belangrijk geschrift van de kascommissie, bestaande uit Harm en Joost, die de vergadering voorstelden de penningmeester décharge te verlenen. En aldus geschiedde, maar het geschrift van deze beide heren kreeg zo’n grote bijval, dat zij als kascommissie wegens overweldigend succes werden geprolongeerd. Er volgden in de rondvraag nog wat suggesties omtrent de invulling van de volgende Alta-Dag in 2003, waarbij men wel voorstander leek te zijn van een weekend op Texel en de logeergelegenheid bij Nel werd door het bestuur als serieuze optie genoteerd. Uw secretaris is al hard bezig om de Alta connectie met dit eiland nader te onderzoeken. Eén aanknopingspunt hebben wij, nl. Grietje Johannes Alta (6 10020) geboren te Workum op 18 april 1813 en overleden te Den Burg 18 februari 1870. Zij huwde Maarten Jansz. Hillenius, die onderwijzer was op Texel. Er zit meer achter dit verhaal maar daar moet ik nog verder naar op zoek. Neef Martin vergastte ons op een voorstelling van enige foto’s uit het computerprogramma Kith Kin Pro, geprojecteerd op een geïmproviseerd scherm (een prachtig geborduurd laken uit de boedel van Ineke’s moeder, dus een erfstuk eens toebehorend aan mevrouw Alta-Schurer). Het zou mij niet verwonderen als binnenkort de digitaal ingestelde Alta’s, de oude stamboom van mijn hand kunnen vervangen door dit computerprogramma. Hiermee kwam aan de korte algemene ledenvergadering (wettelijk vereist) een einde en konden wij ons aan de koffietafel zetten. Een uitstekend maal. opgedist door restaurant Seburch, dat elke vergelijking met de herberg van de avond tevoren met straatlengten versloeg. Aldus gesterkt kon men profiteren van de zon op leugenbank en terras, terwijl men in ploegen de werf ‘de Hoop’ aan de overkant kon bezoeken. De enthousiaste uitleg van de jonge scheepsbouwer viel zeer in de smaak, zeker bij degenen die in hun genen nog iets uit ons scheepsbouw-voorgeslacht met zich meedragen. De geur van touw en teer deed mijn oude zeemanshart sneller kloppen. Leuk zo’n enthousiaste jongeman, die een stukje erfgoed, dat eens Pier-Dirk Alta toebehoorde, zo in stand houdt. Zijn streven verdient ons aller steun. Na deze excursie begaven de Alta’s zich door het zonovergoten Workum naar de Bistro, waar de nazit plaatsvond. Sommigen zaten wat langer na dan anderen, afhankelijk van het uiteindelijk reisdoel van deze dag. Een klein gezelschap bleef nog achter voor een maaltijd bij de Bistro en kon tot de conclusie komen dat er in Workum ook nog heerlijk gekookt, gebakken en gebraden kon worden. Een goed besluit van deze aangename Alta Dag. Co

AVONTUUR IN DE BEDSTEE
Toen wij onze verkenningen voor de Alta Dag in Workum uitvoerden, kwamen wij in de Herberg van Oom Lammert en Tante Klaasje. We bespraken daar de maaltijd voor de zaterdag avond voor de Alta-Weekenders en kregen een uitgebreide rondleiding langs de bedsteden, waarover ik ook al eens een stukje had gelezen in de Kampioen. Het zag er allemaal zo aardig uit en het lokte mij wel aan om daar de nacht door te brengen, in plaats van helemaal naar Jubbega terug te rijden. Ik zag het allemaal al voor me: slapen in de bedstee; de volgende morgen een douche onder de gieter en een keutel op de oude plee (wel met moderne doorspoeling). Ik betrok nog andere Alta’s bij, naar ik meende, mijn goede plan om eens een nostalgisch nachtje door te brengen, waardoor we ook niet omzichtig op de avond ervoor op ons drankgebruik hoefden te letten.
Hoe anders zou dit uitpakken.
Op de aangegeven dag meldde ik mij, vol verwachting bij de Herberg, waar noch van Oom Lammert, noch van tante
Klaasje een spoor te vinden was. Doch een gewillige jongeman leidde mij naar mijn gereserveerde bedstee, die reeds door een ander stel gasten was ingericht. Ik zag mijn hele plan al in duigen vallen (wat misschien achteraf bezien nog niet het kwaadste idee was geweest). Maar neen hoor, de jonge vrind kwam na enig overleg terug en opende voor mij bedstee 5. Aan de sleutel hing een oude sok. Werkelijk een oude sok, met nog enige muntstukjes in de teen. Op het bed lag de breikous van tante Klaasje, waarvan de jongeman mij verzekerde, dat ik die niet voor de volgende morgen hoefde klaar te hebben. Ik richtte mij in en inspecteerde mijn omgeving. Inderdaad een comfortabel bed, de gieter douche en de plee met deksel. Alles was dik voor elkaar.
Het zou me mijn nachtje wel worden.
De Alta’s arriveerden en in de gelagkamer was het een geanimeerd weerzien. Borreltjes werden gedronken en daarna
het diner, dat begon met een bremzout soepje, dat beloofde dat er die avond nog veel gedronken zou moeten worden om al dat zout weer op te lossen. Gelukkig had ik voor het smakelijke vis menu gekozen, maar om mij heen zag ik de
vleeseters worstelen met benen en zenen om uit hun bordjes nog een stukje vlees te pakken te krijgen. Daarna kwam het toetje van citroenijs met sucade, waarbij de kok om de vreugde wat te verhogen nog een extra scheutje citroen had gedaan. Voorwaar een kok met stevig ontwikkelde smaakpapillen. Na dit ‘voortreffelijke’ diner, waren de Alta’s zodanig door de hitte in de gelagkamer bevangen, dat men besloot om nu maar een slag om de kerk te doen, waarbij Ineke ons de geheimen van de stad Workum onthulde en ons zelfs in haar alleraardigste woning toeliet. Deze ‘wente’ op it Sùd is waarlijk een wonder en degenen die deze excursie hebben moeten ontberen, hebben echt iets gemist. Na de bezienswaardigheden van het Sùd, begaven wij ons naar it Noard, waar we Ineke’s vorig huis van de buitenkant bewonderden. Weer teruggekomen op de Merk moest een kloek besluit worden genomen. Want na de ontberingen van deze zuid-noord expeditie vond menigeen, dat we onze dorst tengevolge van de zoute soep eens terdege moesten gaan bestrijden. Staande voor – rechts de Herberg en – links de Gulden Leeuw, vond er nog enig overleg plaats. Moesten we nu links of rechts. Zeker geen geringe beslissing na al dat Noard Sùd gedoe. Ik bracht nog zwakjes in dat de Herberg mijn voorkeur had, want daar kon ik drankjes laten schrijven op mijn bedstee nummer 5. Maar anderen riepen verontwaardigd dat dat ook wel kon op hun Gulden Leeuw kamernummers. Ik gaf mij toen gauw gewonnen en wij bevolkten terstond daarna de bar van deze leeuw, alwaar zich al gauw een familiaal feestgedruis ontspon. Met de dorst kwam het daarna wel in orde.

Op het uur winst dat de nacht voor ons in petto had, i.v.m. het verzetten naar de wintertijd werd alras een voorsprong genomen. Toch kwam het uur der waarheid en gezien het drukke programma van de volgende dag, vertrok iedereen naar zijn Gulden Leeuwen ledikantje, maar wij ongelukkigen naar onze bedsteden in de Herberg. Daar ving een gevecht aan met de matras, die ik al snel herdoopte in bultzak. Ik had enige uren nodig om er gaten in te stompen om het lichaam nog enigszins ter ruste te krijgen, waarna een soortgelijk gevecht met de kussens werd gevoerd. Ik prees mij gelukkig het bed niet te hoeven delen en probeerde alle mogelijke diagonalen, maar kon toch de slaap maar niet vatten. Om tien voor vier, dus eigenlijk om tien voor drie, ben ik maar eens uit het warme hok gekropen om op het balkon enige verkoeling op te doen. Ook dat hielp niet. Weer terug in de benauwde bedstee, bleek niets aan verbetering van mijn situatie te kunnen worden gedaan, zodat ik maar weer uitgeput op de bultzak neerviel. En zo verliep een nacht van waken en dommelen, tot ik verschrikt op mijn horloge keek en bemerkte dat het al half 9 was. Even besefte ik niet dat dat dus pas half acht was.
Welgemoed begon ik met via de gieter warm water af te tappen voor het scheren, om vervolgens voor de moeilijkheid geplaatst te worden; de hete kraan weer te moeten afsluiten. Maar die was alleen bereikbaar achter het waterstralen patroon. Het lukte, maar ik was inmiddels wel drijfnat. Toen scheren voor een ongelukkig spiegeltje, dat aanhoudend besloeg. Het resultaat was er wel naar, hoewel een bloedbad kon worden vermeden. Over de werking van de plee, die feilloos en zonder achterlaten van remsporen de zaak wegspoelde, laat ik u maar verder in het ongewisse, maar niet dan nadat ik had geconstateerd dat er eindelijk iets feilloos werkte. De douche beurt kon niet als een succes worden ervaren, omdat het gat in de vloer de watermassa, geproduceerd door de gieter niet echt kon bijhouden en ik bang was dat de hele operatie in een soort zondvloed zou eindigen. Aldus verfrist kleedde ik mij aan en organiseerde maar weer eens een balkonscene. Het volk was opvallend afwezig en slechts een troep ka’s (kleine kraaien soort) besteedde enige aandacht aan mijn verschijning. De torenklok van dit vriendelijke stadje sloeg acht en tot mijn verbazing was de klok al op de wintertijd gezet. Het was prachtig weer en ik maakte een ommetje. Las daarna in het gastenboek vele enthousiaste verhalen over bedstee avonturen, met de regelmatige opmerking over de ervaren hitte en de weinige slaap die de gasten hadden genoten. Ik besloot maar eens te gaan kijken in de Gulden Leeuw, waar ik blije gezichten trof, die er opvallend uitgeslapen uitzagen. Op hun vraag of ik goed geslapen had, heb ik zo eerlijk mogelijk geantwoord. Later aan het eigen ontbijt in de Herberg trof ik mijn medelijders. De wallen onder de ogen gaven duidelijk hun ervaringen weer. Met de moed der wanhoop bereidden zij en ik ons voor op de komende Alta
Dag. Toch herleefden wij bij het zien van al die andere opgewekte Alta’s, die dit avontuur bespaard was gebleven en wij zetten ons met man en macht aan het overleven van deze dag. Een ervaring rijker en een illusie armer. Het zonnetje op deze uitzonderlijke najaarsdag deed ons toch veel goed en het gezelschap deed de rest. En na een nachtje in het eigen bed, werd het doorstane leed snel vergeten. Mocht u over voldoende masochistische neigingen beschikken dan wordt een nachtje in de bedstee van Oom Lammert en Tante Klaasje van harte aanbevolen, niet te vergeten het ‘heerlijke’ eten. Co