2005 terschelling

Wie heeft hier de leiding? Dat is de vraag voor het vertrek van de 15.00 uur boot, waar gelukkig nog net op tijd, de reisleider Pier-Dirk verschijnt met de kaartjes voor de overtocht. De boot is vol en de banken aan dek, zijn gezien het mooie weer, allemaal al bezet. Doch met wat inschikkelijkheid veroveren de meeste van ons toch nog een plaatsje. Omdat de heiigheid Harlingen al snel onzichtbaar maakt tijdens het varen langs de Pollendam, worden wij niet overmand door nostalgische gevoelens, terugdenkend aan de vele Harlinger voorouders, die dit beeld moeten hebben gezien bij vertrek en aankomst uit en in hun thuishaven. Ook Terschelling is gedurende de 2 uur durende overtocht, pas op het laatste stukje door het Schuitengat te zien.
Het manoeuvreren door de Waddenzee op zoek naar de diepere geulen van de Meep en de Slenk doet mij denken aan een soort slalom. Of platweg in Marinetaal: ‘het draaien als een drol in een pispot.’ Enige malen voel je het schip even de bodem raken, maar ondanks dat komen wij behouden aan op het eiland en vinden we busjes die ons naar het Hotel Europa brengen. We installeren ons in de ons toegewezen kamers. De mijne met uitzicht op een dennenbos, waar eeuwig de bossen zingen. En dan op naar de bar, waar het ouwe-jongens-krentenbrood- gevoel, onder invloed van al dan niet alcoholische consumpties, al snel de overhand krijgt. Het familiegevoel is snel hervonden bij deze ploeg Alta’s, waarbij elke vorm van onwennigheid bij nieuwkomers al snel als sneeuw voor de zon verdwijnt.
Opgewekt converserend brengen wij het buffetdiner en de verdere avond door, waarbij de computerbeelden van onze neef Martin uit Rhodos ons onze plaats in de stamboom wijzen.
Anekdotes en herinneringen vliegen als losse flodders heen en weer, tot wij uiteindelijk, vermoeid en voldaan de kop op de voorpoten leggen. De volgende dag verschijnen met soms grote tussenpozen, herboren Alta’s aan het ontbijt.
Geholpen door meerdere koppen koffie komt langzamerhand de dag van vrije tijdsbesteding op gang. Sommigen fietsen, anderen wandelen en weer anderen doen het rustig aan. Ik moet mij beperken tot mijn avontuur op de huur- fiets, waarvan de versnelling, gedurende het afgelopen seizoen, nogal wat te lijden had gehad. Mijn doel was het Romaanse kerkje van Hoorn op een afstand van ca. 10 km. Gezien mijn fietskwaliteiten, nog verergerd door de versnellingsperikelen had ik gedacht deze tocht in alle eenzaamheid te volvoeren, maar andere Alta’s vonden dit asociaal en ik bevond me dus in een groep enthousiaste fietsers, die er de sokken in zetten. Anderen waren nog sportiever en leken na afloop van de dag zowat het gehele eiland te hebben verkend. Maar na de bezichtiging van de kerk verlustigde onze groep zich aan koffie met cranberry gebak in een Iers in gerichte kroeg. Alweer zo’n eiland! Getroost door de gedachte dat de volgende dag de boot ons om 12.30 uur weer naar vaste grond onder de voet zou terugbrengen, werd ik overvallen door het lumineuze idee van onze groep, om de terugreis te aanvaarden via de waddendijk.
Een onzalig idee, naar zou blijken. Het dijkspad, onderbroken door schapenroosters werd een onzer bijna fataal. Wij persten met onze laatste krachten tegen de inmiddels gedraaide wind, met uitzicht op water en nog eens water. Gelukkig was er nog een droog stukje met wat wadvogels, ganzen, plevieren, grutto’s en zo waar tureluurs, die echter bij nadere bestudering, door lui die er verstand van hadden, geen rode pootjes bleken te hebben. Ter hoogte van Midsland besloten tante Rita en ik, het waddenwater voor gezien te houden en kozen voor de terugweg aan de landzijde. De overigen uit de groep, die het waddengedoogpad tot in West volbrachten, vertelden na afloop dat zij nog een lekkere haring had genuttigd bij de haringkar bij de veerboothaven. Rita en ik hadden echter na terugkeer in het hotel de wandeling daarheen aanvaard met dit overeenkomstige doel. Heerlijke vers schoongemaakte haring, aan de staart ingenomen, gaf ons de krachten terug, die wij voor het verdere verloop van dit weekend goed konden gebruiken. Na een stevige borrel kon het familiediner beginnen, waar de Terschellingse Alta’s met gejuich werden ingehaald.
Mijn veronderstelling dat er een vete zou zijn tussen Opper Dirk Alta en de jongens van Hein, bleek op waarheid te berusten. Ton kon zich nog boos maken over de bekeuring die zijn oom (Opper Alta) hem eens op zijn verjaardag had gegeven. Hij heeft de bekeuring zuinig bewaard en ik hoop deze eens te kunnen publiceren in dit blad, teneinde de juiste familieverhoudingen weer te geven.
De stemming zat er goed in en de dreiging van de penningmeester nam toe, dat wij gezien overmatig drankgebruik nog op een navordering zouden kunnen rekenen. Wij tafelden van 18.30 tot 23.30 en aan de gezelligheid leek geen einde te komen. Zelfs werd er nog een Algemene Leden Vergadering afgewerkt, waarin, naar ik mij herinner Marjan aan het bestuur werd toegevoegd en de voorzitster wegens enorm succes werd geprolongeerd.
Doch voor de klok van middernacht kon ik toch de kop weer op de voorpoten leggen. De volgende dag, met mooi weer lokte het terras, waar de verschillende bloedgroepen uit de stammen 2 en 3 voor schut werden gezet. Als achtergrond van deze foto’s diende namelijk een eenvoudige schutting. De opgewekte koppen van de afgebeelde Alta’s, zullen waarschijnlijk veel goed maken ten opzichte van de prozaïsche achtergrond.Na de slotscène op het bordes, kwamen bussen en taxi’s om ons boot waarts te voeren. Prachtig zicht was ons deel en zelfs Harlingen was in de verte duidelijk zichtbaar. Het was weer hoog water, dus niks geen zeehonden op de platen, maar wel prachtig zicht op Vlieland en zelfs Texel maakte veel goed.Bij het naderen van de Pollendam, was ook het eiland Griend duidelijk zichtbaar. Toen wij weer de vaste grond van het Friese land onder de voeten hadden volgde een opgewekt afscheid met veel kussen en poliep schudden. Wij konden terugzien op een zeer geslaagde ALTA BIJEENKOMST, waarvan we alleen maar hopen dat de jongere generatie in de toekomst een ruimer gebruik zal gaan maken. Tot voorbeeld moge zijn de aanwezigheid van de zonen van Guus, Erik en Hans en hun gewaardeerde aangetrouwde echtgenotes.